Onlangs heb ik een steen verlegd, ergens in een rivier op aarde. Welbewust, omdat het daaraan refererende lied van Bram Vermeulen me te binnen schoot terwijl ik daar zo aan de waterkant gefascineerd stond te zijn. Het oeuvre van de artiest is me nog te veel onbekend terrein om te kunnen stellen dat het een van mijn favoriete Nederlandstalige liedschrijvers is, maar hoe meer ik van hem hoor, des te groter ik de kans acht dat dat binnen niet al te lange tijd het geval zal zijn. En dat hij zijn creativiteit niet enkel voor het schrijven van liederen gebruikt, mocht me afgelopen week duidelijk worden uit een televisieregistratie waarin hij zijn kijk op ons oorsprongverhaal uit de doeken deed. Vertelplaat waarbij Bram Vermeulen zijn verhaal doet in 'In den Beginne' Verhalen hebben sinds mensenheugenis een belangrijke rol gespeeld in onze levens. Elk van ons groeit er mee op en raakt al van jongs af aan bekend met de kracht die ze kunnen hebben. Geïntrigeerd kunnen we ze lezen, erna...
Soms wacht ik tot me een interessante invalshoek te binnen schiet voordat ik begin aan een of ander schrijfseltje. Dan vind ik het leuk als een ware columnist de wereld te beschouwen en doe ik een poging om aan de hand van mijn blik op hetgene rondom mij een zo uniek mogelijk kijkje te geven in het leven zoals ik dat op dat moment ervaar. Het wil hierom wel eens voorkomen dat ik mezelf als doel stel om in een bepaalde context zo'n ongewone invalshoek te vinden, maar het doen van een poging leidt niet per definitie tot succes. Gelukkig is het niet altijd nodig de zaken vanuit een bepaald perspectief te zien om je ervaringen te delen en kan een ervaring op zich genoeg zijn om daar op een overtuigende manier van te getuigen. Dat vermoed en dat hoop ik tenminste. Ik zat maandag 26 mei jongstleden aan het einde van de middag op een bankje voor me uit te kijken, van een bergrug een vallei in. De helft van wat zich in mijn gezichtsveld bevond lag in de schaduw, de andere in de zon. Ikzelf...
De keuze voor een man is geen gewone. Op twee voorname broeders viel mijn oog. Kies ik de wat robuuste of de schone? Elk van de twee atleten acht ik hoog. Met Albus zit ik - lijkt me - wel gebakken. Die oogt in veel het beste van ons land. Waar Quint juist meer mijn sympathie kan pakken, zo almaar in die trieste lappenmand... Hij brak al eens een voet, nu beide armen. Ik denk aan hem nu ik half slapend lig. Toch kan ook Albus vaak mijn hart verwarmen. Ach, misschien spreek het ook wel weer voor zich. Waar Quint veel tegens heeft, heeft Albus voors: die breekt ook wel eens wat, maar slechts records.
Bij het horen van het strelen van de harp haar vele snaren, bij het rukken van een storm en bij het plotseling bedaren, bij het hupp’len van een haasje en het trots zijn van een pauw, bij het slaan zelfs van de klokken van het oude kerkgebouw, bij het strijken van een lucifer vlak voor het vlam wil vatten, bij het werpen van een sneeuwbal die aanstonds uiteen zal spatten, bij het dansen van een luchtballon door wiss’lende thermieken, bij het malen van de molen en het rondgaan van de wieken, bij het wapperen van vlaggen en het zwieren van een zeil, bij het vallen van twee houtblokken na ‘t klappen van een bijl, bij het tikken van een uurwerk om een pols of op de kast, bij het schrijven van een zin die ergens in een rijmpje past, bij het meest bizarre voorval, bij een daag'lijks ritueel, bij het zien soms van een scène in een film of op toneel, bij het zweten in de hitte en het rillen in de kou, bij ...
"Nog eentje rest er," zei hij, "die bij mijn collectie hoort. De kans op Red Clouds hoofdversiersel mag ik niet verklooien, dus net als bij de rest doe ik daarvoor desnoods een moord. Ik leef maar voor één ding nog: mijn verzameling vol tooien."
Reacties
Een reactie posten