De 25 van '25 - Mijn favoriete nummers
Wie de ene na de andere plaat opzet, hoort gedurende een jaar nogal wat nummers voorbijkomen. Noem het 'liedjes', wat mij betreft, 'songs', 'singles' of 'versjes/varssies', zoals ik ze zelf vaak geneigd ben te noemen. Hoe je ze ook noemt, er zitten er vaak wel een aantal tussen waar je geen genoeg van kan krijgen. En ook het afgelopen jaar was dat weer het geval. Dat was om de meest uiteenlopende specifieke redenen (en die laat ik daarom niet zomaar onbenoemd), maar vaak gewoon omdat zo'n nummer bepaalde gevoelens bij me opriep, soms van pure blijheid, meestal van empathie.
Op basis van het aantal albums dat ik in 2025 heb beluisterd heb ik voor de aardigheid het redelijk goed met het hoofd te voltooien rekensommetje gemaakt dat een indicatie geeft van het aantal nummers dat ik voorbij heb horen komen. Me dunkt dat ik laag aanhoudt als ik stel dat een album vandaag de dag gemiddeld zo'n tien nummers herbergt, dus dan zou dat betekenen dat ik het afgelopen jaar meer dan 2500 nummers heb voorbij horen komen. Ik ben de eerste die toegeeft dat een aantal van die nummers als ik ze nu voorbij zou horen komen voor mij opnieuw zo goed als nieuw zouden klinken, maar toch.
Het gros van de nummers dat ik gehoord heb heb ik ook daadwerkelijk goed op me in kunnen laten werken en ik heb een hoop plezier gehaald uit het op een rijtje zetten van de exemplaren die me het meest konden bekoren. Enerzijds probeer ik er niet te veel in op te gaan en probeer ik het allemaal niet te serieus te nemen, maar anderzijds voel ik me hierbij altijd wel genoodzaakt als belangrijke vereiste te stellen dat ik niet meer dan één nummer per artiest in mijn favorietenlijstje opneem (of het moet een verdwaald gastoptreden zijn, waar ik dan nog wel een zeldzame uitzondering voor zou willen maken).
Een favoriet kiezen per artiest kan eigenlijk al een behoorlijke lastige taak zijn, maar als ik het niet zou doen zijn er vergelijkingsmogelijkheden te over, te veel in elk geval om nog op een fatsoenlijke manier een volgorde in de lijst aan te brengen. Door per artiest één nummer naar voren te schuiven, heb ik mijn 'shortlist' weten te beperken tot zo'n 70 nummers, waardoor daarbinnen nog een soort natuurlijke selectie heeft kunnen plaatsvinden, die de uiteindelijke favorietenlijst tot vijfentwintig nummers heeft kunnen beperken.
De 25 van '25:
"When a life's so short, the dying's never done."
Leuke of humorvolle nummers vallen zo nu en dan best bij me in de smaak, maar muziek weet écht te raken als een artiest daarin vrijuit zijn of haar diepere emoties weet te uiten. Persoonlijke ervaringen, zoals die bezongen worden in bijvoorbeeld Emily Scott Robinsons 'The Dress' (uit 2019) of Jessica Willis Fishers 'My History' (uit 2022), halen me in één klap uit de waan van de dag en doen me mijn oren spitsen om hun verhaal aan te horen. Dit nummer van Philip Bowen (& Charles Wesley Godwin) is er ook zo een: een nummer dat je niet wilt schrijven, maar juist door de échte emotie die er bij komt kijken zo aangrijpend kan zijn.
"Guess I'm not a cowgirl, 'cause cowgirls don't cry."
Een nummer dat eveneens een overtuigende indruk op me maakte was deze opname van Zandi Holup. Dat zit hem vooral in de manier waarop ze aan het begin van het refrein zo zichzelf moed probeert in te praten en al zingende toe begint te geven aan haar gevoelens. Dat is een aangrijpende gewaarwording wanneer je het haar voor de eerste maal hoort zingen, maar blijft beklijvend gedurende een tweede en derde maal. En na het nummer tientallen malen te hebben gehoord, maakt het nog steeds een even krachtige indruk.
"Death doesn't leave with the best part of you."
Waar sommige liedschrijvers er weinig op los fantaseren als het aankomt op hun persoonlijke ervaringen, is Evan Felker typisch zo iemand die het kan overkomen dat hij gecondoleerd wordt met het overlijden van zijn vader, terwijl het slechts de fictieve vader van de hoofdpersoon is die in een van de beste nummers uit zijn oeuvre wordt herdacht. Het zijn dan ook de beste kunstenaars die gevoelens weten op te roepen met iets dat ze uit niets hebben weten te creëren. En dat Turnpike Troubadours-frontman Felker wat mij betreft tot een van 's werelds beste kunstenaars behoort, mag mijns inziens uit dit lied heel goed blijken...
"I pretty much fell in love right then. I never had a doubt again."
Ook positievere gevoelens kunnen op innemende wijze worden beschreven en bezongen. Lukas Nelson had dit jaar een leuk gitaarriffje (zoals dat volgens een leek als ik vermoedelijk heet) te pakken toen hij daarbij een hartverwarmende liefdesbetuiging aan toevoegde (of andersom). Als de wereld iets logischer in elkaar had gestoken, zou dit nummer wekenlang in hitlijsten te vinden zijn geweest, maar dat blijkt in werkelijkheid anders te zitten. Vraag mij niet hoe, want catchier heb ik ze dit jaar niet voorbij horen komen en er was zelfs geen nummer dat meer bij me is blijven hangen.
"I'm sorry the love songs all mean different things today."
Nog maar zo'n persoonlijke momentopname dan. Isbell heeft er volgens mij geen hekel aan dat hij leeft in de publieke aandacht en terwijl zijn privéleven al besproken wordt door partijen die er vanuit het perspectief van de buitenwereld naar kijken, is hij niet te beroerd er als hoofdpersoon zijn zegje over te doen. In dit geval blikt hij terug op zijn gestrande huwelijk en dat doet hij niet zonder zelfreflectie. Een artiest die dicht bij zichzelf blijft legt zijn ziel bloot en hier trekt hij de pijnvolle conclusie dat liefdesliedjes uit het verleden hun betekenis kunnen verliezen of een heel andere betekenis kunnen krijgen.
"I still like a book that I can hold and turn the page."
Deze door Weldon Henson gedane en van nostalgie doordrenkte constatering is op heerlijk rustig voortkabbelende muziek gezet. Vooral het viool- en steelgitaar-geluid maken van dit nummer een piekfijne tranentrekker, die ook in de meest onverstaanbare talen of puur op basis van instrumentatie indruk zou weten te maken. Maar de tekst mag er ook zijn en geeft nog net dat beetje extra aan dit overtuigende prachtnummer. Bijna iedereen verlangt wel eens naar vroeger en dat verlangen wordt hiermee nog maar eens aangesterkt of opgewekt.
"I'd rather not walk through the garden again, if I can't catch your scent on a magnolia wind."
Dit is één van de beste nummers ooit geschreven, maar omdat dit er niet de eerste uitvoering van is, voelt het niet helemaal eerlijk het bovenaan de lijst te plaatsen. Collega-liedschrijver Guy Clark nam het al eens op en Camp bracht het live al herhaaldelijk ten gehore (om nog maar te zwijgen van de wonderlijk mooie uitvoering van Emmylou Harris en John Prine), maar nu is er dus ook deze officiële studio-opname van Shawn Camp, die als geen ander weet hoe hij de boodschap van het lied moet overbrengen en daarvoor zo'n beetje de best mogelijke instrumentalisten heeft weten te strikken.
"Don't let your deal go down 'til your last gold dollar is gone."
En als we dan toch intrigerende nieuwe opnames van 'oud' materiaal laten meedingen, mag Sierra Ferrells uitvoering van deze folk- of bluegrass-klassieker niet ontbreken. Normaal gezien houd ik met niet al te veel bezig met singles of bonusnummers op zogenaamde 'deluxe'-albums die op bepaalde momenten en om bepaalde redenen worden uitgegeven, maar hiervoor maakte ik maar wat graag een uitzondering. Ferrell is zo iemand die bij live-optredens wel eens geneigd is een grandioze cover met de wereld te delen en als zo'n livecover (zoals in dit geval) leidt tot een uiterst geslaagde studio-opname dan ben ik daar (op z'n zachtst gezegd) wel voor te porren.
"Blow, blow, Seminole wind. Blow like you're never gonna blow again."
Binnen de afdeling 'geslaagde covers' hebben ook Mo Pitney en John Meyer een goede keuze gemaakt. En dat niet alleen: ze slaagden er ook in met een memorabele uitvoering op de proppen te komen. Jenee Fleenors onvolprezen vioolsolo tegen het einde is in bepaalde kringen (terecht) fameus geworden en naast de twee artiesten in de hoofdrol wist ook de rest van de begeleidingsband uitstekend voor de dag te komen. Om te zeggen dat hiermee aan het origineel wordt getipt, is wellicht wat overdreven, maar het is wel een van de mooiste nummers die ik het afgelopen kalenderjaar voorbij heb mogen horen komen.
#10 - Hayes Carll, Gordy Quist, Shovels & Rope, Darrell Scott, Nicole Atkins, Ed Jurdi & Ray Wylie Hubbard - May I Never

"May I never forsake you again."
Als groot liefhebber van country-achtige gospel, is dit zo'n nummer dat ik moeilijk buiten beschouwing kon laten. En welbeschouwd is het gewoon een van de mooiste nummers dat in 2025 is uitgekomen. Hayes Carll is een artiest die me niet met elk nummer kan bekoren, maar af en toe laat-ie iets van zich horen dat me doet denken 'daar moet ik meer van horen'. Een heel album is desalniettemin zelden aan mij besteed (of vind ik in elk geval niet altijd zo fraai als ik zou willen), maar deze afsluiter bleef wel even hangen, met dank ook aan de zeer geschikte gastartiesten.
"In the spring there's no one that can match me. I come alive and white is all you see."
Sinds ze haar solocarrière begon heeft ze (gedurende twee albums) nog geen nummer uitgebracht dat me tegenstond of niet kon bekoren en dit soort kleine, integere liedjes doen het bij mij altijd het best. Iemand anders beschuldigend of lofprijzend beschrijven of toezingen kan nog wel eens voor de hand liggen of makkelijk zijn, maar om je ziel en zaligheid in een lied te leggen waarin je jezelf beschrijft of aan iemand voorstelt, is zo vanzelfsprekend nog niet. Jessica Willis Fisher doet dat als geen ander door zowel zelfkritisch te zijn als positief te blijven.
"It's hard to sing about things that you never do. I don't have anymore love songs to sing for you."
Dit nummer kende ik nog niet en dat is op zich niet vreemd als je nagaat dat het pas vorig jaar uitkwam, maar de originele uitvoering van Hank Williams Jr. en onder andere een cover van Merle Haggard hadden al wel veel eerder het levenslicht gezien. Maar als er dan iemand is waarvan een eventuele uitvoering kwalitatief ook wel in de buurt zou kunnen komen van die twee versies is het wel Waylon Jennings. Zijn zoon Shooter heeft er wat dat betreft goed aan gedaan deze verloren of onbestaand gewaande opname een plek te geven op Waylons postuum uitgebrachte album 'Songbird', dat naast mij een hoop anderen deugd heeft mogen doen.
"..."
Meestal betrap ik mezelf erop dat ik goede teksten als vereisten beschouw bij het zoeken naar nummers die ik tot mijn favorieten neig te bestempelen. Zo nu en dan komt er echter een instrumentaaltje voorbij dat je onmogelijk kunt negeren. Dit jaar is vooral deze parel van Sierra Hull daarvan een voorbeeld. Meestal ben ik echter wel een refreintje nodig om me door een tekstloos nummer te loodsen en ook hierin is er sprake van zo'n catchy mandoline-riedeltje dat meermaals terugkomt. En ja, als je iemand mag uitkiezen om mandoline te horen spelen, is een keuze voor Hull sowieso nooit een verkeerde.
"Aren't they something, all those little patterns that lead us home through our lives?"
Een hoopvolle afsluiter van een teleurstellend album of een soort laatste strohalm. Lange tijd was ik haast idolaat van Mandolin Orange, zoals het duo aanvankelijk bekend stond, maar sinds ze hun naam veranderd hebben in Watchhouse kan hun muziek me steeds minder bekoren. De af en toe wat overgeproduceerde sound is immers niet waarvoor ik graag een album opzet. Maar zo nu en dan, als ze het wat 'kleiner' houden en er niet onnodig veel aan sleutelen, komt weer eens naar voren hoe goed hun liedjes in de basis zijn. Dit is er een (wat mij betreft steeds zeldzamer wordend) voorbeeld van.
"I wish, I wish, I wish you would."
Gewoon een lekker zoetsappig liefdesduet met een mooie wisselwerking tussen de mannen- en vrouwenstem en bijbehorende perspectieven, maar dan wel tot in de perfectie uitgevoerd. Normaal gezien is het 'pop'-gehalte bij populaire countrymuziek in behoorlijke mate aanwezig, maar zowel Mackenzie Carpenter als Midland weet met haar/hun muziek een hoop mensen te bereiken terwijl ze het countrygenre behoorlijk trouw blijven. Dit nummer is in elk geval voor beide artiesten een heel mooie aanvulling op de rest van het oeuvre.
#16 - Tami Neilson - Loneliness of Love
"Everybody needs it, even when we know just how lonely it can leave you."
Iemand die volgens het welbekende cliché nog het aanhoren waard zou zijn als ze het telefoonboek zou zingen, is Tami Neilson. Maar als er achter de samenhangende woorden die ze zingt ook nog een bepaalde betekenis schuilgaat is het helemaal om van te genieten. Vaak genoeg beroept ze zich op wat positiever ingestelde ingevingen en teksten, maar als ze wat serieuzere onderwerpen aan de kaak stelt doet ze dat evengoed vol overgave. In dit geval richt ze zich op een wat minder rooskleurige kant die de liefde in een leven kan spelen.
"Unlike you, nobody's ever cared."
Je hoeft me voor bombastische muziek doorgaans niet wakker te maken. Doe mij maar een rustige overpeinzing. En doe mij dan maar Ken Pomeroy of John Moreland die zich tegen zo'n nummer aan heeft bemoeid. Ach, en als het even kan doe ze allebei maar, zoals bij de uitvoering van dit exemplaar bijvoorbeeld, want dat was er wel een om over naar huis te schrijven, om het zo maar te zeggen. Als Pomeroy het nummer alleen ten gehore brengt, is het al een van de mooiste nummers die het afgelopen jaar is uitgekomen, maar door er voor te kiezen een deel van je liedje door Moreland in te laten zingen, wordt je nummer nooit slechter.
"How can I try now to sing a song, when the good Lord's smallest creature can croon it out so strong."
Albums van Colter Wall zijn voor mij doorgaans een groot genietbaar geheel, maar voor zover mogelijk zijn er soms één of twee nummers die net wat boven de rest uitstijgen. Dit is ook zo'n nummer dat tussen de rest in ieder geval wist op te vallen. En dat niet alleen, want als groot voorstander (of zelfs liefhebber) van relativering sprak vooral de boodschap me aan. Ik weet niet of Wall religieus is (en vraag me ook af of dat er in dezen toe doet), maar in elk geval weet hij met zijn bewoordingen maar wat goed duidelijk te maken dat een mens maar beter niet al te veel in zichzelf moet gaan geloven en als het even kan uit de weg moet blijven van grootheidswaanzin.
"I came to get my fill. I wanna do it all."
Als deze Domino Lewis ergens gedurende de komende jaren eens een dijk van een album besluit uit te brengen, prijs ik mij alvast gelukkig met het feit dat ik haar reeds heb mogen leren kennen aan de hand van dit wonderschone nummer. Of de singer-songwriter er ook geboren is, weet ik niet, maar ze heeft zich heden ten dage in het Franse Parijs gevestigd en heeft met dit nummer haar 'to-do list' heel knap weten om te zetten in een soort ode aan het leven, al doe ik het lied met die omschrijving nog wel wat tekort. Het is gewoon een heerlijk melodieus folkliedje waarvan er maar weinig met zo'n kwaliteit worden geschreven.
"It won't be me reigning you in, 'cause I like trouble too."
Misschien is dit wel het meest 'country' klinkende nummer van hun nieuwe album en misschien is het wel daarom degene die met het meest aansprak. De steelgitaar doet (per definitie) wonderen en maakt dat dit nummer mij optimaal wist te bekoren. Het zijn twee artiesten die ik voorheen niet kende, maar als ze op dezelfde voet doorgaan blijf ik ze zeker met veel plezier in de gaten houden. Het hele album is aangenaam om te beluisteren, maar 'The Only Marble I've Got Left' is zo'n nummer dat ik herhaaldelijk kan blijven luisteren zonder dat dat vervelend wordt.
"Oh, the winds of Rowan County, calling me from the mountainside."
Er is een leeftijdsverschil van meer dan 65(!) jaar tussen deze twee artiesten, maar de samenwerking is een gouden zet. De jonge mandolinevirtuoos Wyatt Ellis weet zich als vertegenwoordiger van een van de nieuwste generaties goed staande te houden naast veteraan Peter Rowan, die de zangpartij voor zijn rekening neemt. Samen componeerden en schreven ze een nummer met een heerlijk lange instrumentale intro en een mooie tweede helft waarin het zo kenmerkende stemgeluid van Rowan goed naar voren komt en het instrumentale vakmanschap minstens zo goed hoorbaar is.
"I'm in chains of ecstasy. I don't wanna be set free. So, do you really love me?"
Sam Outlaw is een artiest die niet met elk nummer dat hij uitbrengt furore maakt, maar meer dan eens zaten er de afgelopen jaren van die nummers tussen die je je hoofd niet uitkrijgt of op een iets minder concrete manier in de smaak wisten te vallen. De verzameling met nieuw materiaal die vorig jaar uitkwam noemde hij gekscherend 'niet-essentieel', maar deze opener van dat album maakt al gauw korte metten met die zelfdenigrerende titel. Toegegeven, er zullen over honderd jaar geen colleges worden gegeven over de totstandkoming van dit nummer, maar het is wel een lekker plaatje hoor...
"How long can I blame this little piece of sadness on myself?"
Dit musicerende echtpaar doet me met hun spelplezier en enthousiasme af en toe denken aan het Mandolin Orange van hun begindagen. Ook Sarah en Austin McCombie wisselen mooi hun zangbeurten af en grijpen afhankelijk van de wijze waarop ze het liedje hebben geschreven om beurten de hoofdrol. Bij dit nummer, dat door Sarah wordt voorgedragen, deden ze een geslaagd beroep op beeldspraak, waarbij de hoofdpersoon zich vergelijkt met een matador, die doorgaans minder dan haar te maken zou hebben gehad met 'red flags', welke in Amerika vooral symbool staan voor waarschuwingssignalen binnen relationele sferen.
"You said: 'I can fix near anything'. Daddy, can you fix a broken heart?"
'Beter laat dan nooit' zullen we maar zeggen, want het heeft tot mijn spijt tot het meest recente album geduurd voor Grey DeLisle op mijn radar verscheen, terwijl ze gedurende de drie jaar ervoor reeds welgeteld vier albums wist uit te brengen. Het was als kennismakingsalbum echter zeer geschikt, want er zijn best wel wat pareltjes op te vinden. Het meest origineel vond ik dit lied waarin mooi kinderlijk de vraag wordt gesteld of vader er ook toe in staat is een gebroken hart te repareren, vooral omdat hij met zijn werkplaatsje de indruk wekt voor alle soorten herstelwerkzaamheden te kunnen worden benaderd.
"My heart loses rhythm when you're gone."
Het swingt lekker, dit liedje van de Texaanse James Cook. Vol bezieling bezingt hij de toestand waarin hij verkeert als (vermoedelijk) zijn geliefde even niet bij hem is. Het heeft niet alleen een lekker deuntje maar spreekt ook tot de verbeelding en voor je het weet neurie of zing je het refrein met hem mee, of je het nu met zijn boodschap eens bent of niet. Vooral het vioolspel draagt bij aan de gevoelige lading van het nummer, hoewel het nergens onnodig sentimenteel wordt en vooral gewoon lekker klinkt. En dat is onder andere te danken aan de fijn in het gehoor liggende stem van de artiest.






Reacties
Een reactie posten