Het is maar een spelletje
'Het is maar een spelletje.' Zo klinkt de universele relativerende kreet gericht aan menig speldeelnemer die net even wat meer emotie toont dan in het betreffende geval normaal wordt geacht. Men wil er vaak onnodig lijkende frustratie enigszins mee in de kiem smoren, indien het mogelijk is, of een onbegrijpelijke mate van beleving in toom houden en temperen. Meestal is het een uiting van onbegrip, afkomstig van een persoon die het spel in kwestie niet of nauwelijks een warm hart toedraagt en over het algemeen sowieso niet in staat is enige vorm of gradatie van ernst te rijmen met het woord 'spelen'.
Het wordt anders als een speler zelf degene is die een bepaalde houvast moet zoeken in het betreffende relativerende zinnetje. Als-ie zichzelf begint af te vragen of-ie datgene waarmee hij aan de gang is niet te serieus neemt. En of-ie er niet te veel in opgaat; het geheel misschien wat belangrijker aan het maken is dan gezond voor hem is. Als-ie zichzelf er herhaaldelijk van bewust moet blijven maken dat de wereld rondom hem gewoon blijft doorbestaan, juist wanneer-ie dat (al dan niet gewenst) door zijn complete focus geheel dreigt te vergeten.
En laat nu net dát de situatie zijn die zich voordoet als ik mij ga moeien met het leven van Arthur Morgan, de immer innemende protagonist die centraal staat in Red Dead Redemption II.

Het spelen van videogames (of 'computerspellen', zoals ik ze altijd geneigd ben geweest te noemen) was me weliswaar nooit vreemd, maar gold in mijn jeugd niet per se als heel veel betekenend tijdverdrijf. Het was wel leuk als er met mijn virtuele bezigheden een aansprekende setting gepaard ging, maar het was vooral (vaak voor korte tijd) te doen om de uitdaging, het streven naar bepaalde prestaties of het behalen van specifieke levels. Doorgaans kwam de sleur er na verloop van tijd echter wat in. De zin van mijn spelactiviteiten ontging me op den duur en relativering was hierdoor zelden ver te zoeken.
Na enkele jaren zo nu en dan kort aan verscheidene spellen tijd te hebben besteed volgde een periode waarin het medium 'videogame' een stukje verder naar de achtergrond verdween. Liever keek ik in alle rust een film of televisieserie en op een gegeven moment begon ik zelfs boeken te lezen, iets dat in de jaren dat het gemotiveerd en verplicht werd gesteld juist weinig enthousiasme bij me wist te wekken. Tegen die tijd had het enthousiasme voor virtuele spelwerelden daar in zekere zin echter juist wat plaats voor gemaakt. Totdat gedurende 2018 ineens filmachtige trailers opdoken van een videospel dat er in mijn beleving uitermate interessant uitzag. Een spel dat het westerngenre omarmde en dat was nu juist een overkoepelende categorie waarbinnen mijn favoriete pronkstukken uit andere verhalende media doorgaans vielen.
Datzelfde jaar kocht ik naast het spel zelf een daarvoor benodigde spelcomputer en voor ik het wist bevond ik mij te midden van besneeuwde landschappen in een duister maar charmant gezelschap dat als het ware schreeuwde om mijn hulp en aan me liet blijken dat het op me rekende. De waan van alledag baarde gelukshalve niet al te veel zorgen, dus het werd een vanzelfsprekendheid dat de bendeleden waartussen ik mijn plek moest weten te vinden dagelijks meerdere uren van mijn toewijding gegund waren. Af en toe ging ik mijn eigen weg en liet ik ze even achter, maar altijd was het wel en wee van mijn kompanen een aspect dat in mijn achterhoofd bleef spelen, zowel tijdens die kille beginperiode in dat sneeuwlandschap als gedurende de fase waarop verhalenderwijs een climax naderbij kwam.
In aanloop van een nieuw, groots aangekondigd, langverwacht en alom begeerd paradepaard van de makers van dit spel, liet ik me afgelopen maand nog eens meeslepen door dit vorige meesterwerk. Toegegeven: een verhaal voor een tweede (of zoveelste) keer tot je nemen heeft zelden of nooit het overrompelende effect dat kan samengaan met een eerste kennismaking. Dat deert echter niet (of een stuk minder) als die eerste keer onvergetelijk is en iedere daaropvolgende keer je terugbrengt naar die primaire, sublieme ervaring van weleer. Iedere flits kan dan immers genoeg zijn om je in je geheugen te doen terugkeren naar die wonderlijke, intrigerende wereld waarbinnen dat overtuigende verhaal zich afspeelde.
Red Dead Redemption II is hiervan wat mij betreft het ultieme voorbeeld. Behalve de centraal staande verhaallijn is de levendige spelwereld er rondomheen immers minstens zo imponerend. 'Levendig' is zelfs een wat ontoereikende term om te beschrijven wat er ogenschijnlijk allemaal lijkt plaats te vinden. 'Levensecht' zou passender zijn. Je wordt immers verleid te denken dat de belevenissen die je als individu erbinnen meemaakt niet de enige zijn die zich er afspelen, waardoor je het leven buiten het hoofdpersonage om als het ware al relativeert binnen die spelwereld op zich (ten opzichte van degene die er om je heen vertoeven). Wellicht is het daarom dat ik het werkelijke leven in de fysieke wereld rondom me geneigd was te vergeten: omdat een mens maar in één wereld tegelijk waarachtig aanwezig kan zijn.
Zeker het leven van Arthur Morgan is wat dat betreft enerverend genoeg om een mens aandachtig en begaan te doen meeleven. Het is de herkenbaarheid die er in zijn persoon te vinden is die maakt dat menigeen zich tot een bepaalde hoogte met hem weet te identificeren. Hij is even vaak op nastrevenswaardige wijze feilloos in zijn dienstbare en principiële doen en laten als aandoenlijk menselijk in zijn tekortkomingen. Zo vreemd is het dus niet dat hij voor mij en vele anderen na (en door het) verloop van (een hoop) tijd als een dierbare vriend is gaan voelen, zelfs met de ontnuchterende wetenschap dat zijn hele bestaan volkomen fictief is.
Van nature ben ik vooral geneigd de loftrompet te steken over degenen die verantwoordelijk waren voor de opzet en uitwerking van het verhaal dat centraal staat en ook in dit geval wil ik Dan Houser, Michael Unsworth en Rupert Humphries zeker niet onbenoemd laten, maar ik ben me er zeer van bewust dat er nog zo veel meer is dat ten grondslag ligt aan de wonderlijke ervaring die het spelen van dit spel uiteindelijk is. Ik heb er te weinig verstand van om te weten wat iedereen precies gedaan heeft (en wat er überhaupt allemaal heeft moeten gebeuren), maar het is duidelijk dat elke medewerker op de toppen van zijn of haar kunnen was in de periode dat ze aan het maken van dit videospel hebben mogen bijdragen.
Ach, ja. Meermaals heb ik het geprobeerd. Ik heb het ook nog niet helemaal opgegeven en zal het wel blijven proberen, maar toch: het is bijna niet te doen. Ga maar eens Red Dead Redemption II spelen en jezelf ervan overtuigen dat het maar een spelletje is. Er zullen er vast zijn die het kunnen, maar mij is dat voorlopig niet gegeven.


Reacties
Een reactie posten