De 25 van '25 - Mijn favoriete albums
Het ene jaar is het andere niet. In 2024 had ik veel minder nieuwe muziek geluisterd dan gewenst, waarschijnlijk met name door de vele actuele podcasts die mijn aandacht grepen en het oneindige muziekbestand dat wereldwijd in de loop der jaren al is opgebouwd en eveneens vaak de interesse weet te wekken. In 2025 ging ik welbewust voor een andere insteek en heb ik me weer eens vooral gericht op muziek van nieuwe makelij, waarbij het oude, vertrouwde album-format voor mij als altijd een speciale plek kreeg toebedeeld.
Gezien ik er afgelopen voorjaar mooi voor op koers lag, werd mijn voornemen na verloop van tijd om in het jaar '25 tweehonderdvijftig albums te beluisteren. Niet luisteren op zich, voor een enkele maal bijvoorbeeld, maar écht beluisteren, dus dat komt mijns inziens altijd neer op ten minste drie fatsoenlijke 'luisterbeurten'. Het liefst in ieder geval een keer op de achtergrond, om het zo maar te zeggen, en een keer terwijl ik er een nauwlettend luisterend oor voor ter beschikking heb. Qua achtergrondmuziek denk ik concreet aan muziek die opstaat terwijl ik aan het werk ben en serieuzere luistersessies beschouw ik die ten tijde van mijn fietsritje er naartoe, of ervandaan terug huiswaarts.
Het is Americana dat steevast de klok slaat. Er zijn maar weinig uitzonderingen op die regel, want het is een verzamelnaam voor diverse genres die me aanspreken en daarbinnen wordt tegenwoordig dusdanig veel uitgebracht dat ik zelfs dit (voor mijn doen) extreem 'vruchtbare' luisterjaar een hoop heb moeten missen. Maar gelukkig was er dit jaar dus ook veel muziek waar ik wel naar heb kunnen luisteren en laat ik voorop stellen dat dat vooral heel erg goed is bevallen. Behalve artiesten die ik al kende, van wie ik dus sowieso nieuw materiaal zou hebben beluisterd, was er dit jaar bijvoorbeeld ruimte voor flink wat aangename kennismakingen.
Muziek luisteren is weliswaar liefhebberij voor me, maar ik wordt geenszins gehinderd door serieus te nemen inhoudelijke kennis. Gevoel voor het maken van muziek heeft er nooit echt ingezeten, maar dat er bij het zogenaamde 'consumeren' ervan een bepaald gevoel aan te pas komt, lijkt me vanzelfsprekend. Dat gevoel ligt puur in het verlengde van smaak en hoeft voor een ander niet veel te betekenen, maar het is en blijft de enige fatsoenlijke graadmeter voor het in kaart brengen en rangschikken van wat er gedurende een jaar zoal is uitgebracht. Dus ja, hier een vrij willekeurige lijst albums uit het jaar 2025, met als enige logische volgordeverklaring: hoe hoger op de lijst, des te groter de kans dat ik 'm (als ik er één mocht kiezen) mee zou nemen naar een onbewoond eiland...
De 25 van '25:
In april raakte ik er al nauwelijks over uitgepraat en maanden later valt er nog steeds van alles over te zeggen. Vooralsnog heeft de band me nog nooit teleurgesteld, maar positief verrassen kunnen ze me op de een of andere manier nog steeds. Hun vorige albums waren erg goed, maar de nieuwe plaat is weer ouderwets fantastisch. Het is wat mij betreft het op twee na beste album van Turnpike Troubadours, maar buiten hun eigen oeuvre hoeven ze weinig concurrentie te duchten, want meer dan in de buurt komen konden andere albums dit jaar niet.
Dit album wist meteen mijn aandacht te pakken. Veel luisterbeurten waren niet nodig om me te doen inzien dat dit een geslaagd kunststukje was. Geen nummer is saai of inhoudsloos en bij alles wat Zandi Holup te melden heeft weet ze de luisteraar te boeien. De zeggingskracht die in haar stem doorklinkt nodigt uit om haar verhalen, weeklagen of loftuitingen geïntrigeerd aan te horen en ze weet eigenlijk elk onderwerp wel op een pakkende manier te behandelen. Bovendien hanteert ze daarbij op muzikaal gebied een stijl die haar vertellingen tactvol onder de aandacht weet te brengen, zonder dat het onnodig sober wordt. Sterker nog, veel van de aanstekende liedjes blijven na het luisteren nog wel even hangen.
'Een leuk gegeven,' dacht ik bij mezelf, 'dat die kerel van Magnolia Wind een album met nieuwe muziek uitbrengt.' Shawn Camps naar zichzelf vernoemde album uit 1993 had ik al wel eens beluisterd, maar verder kende ik zijn werk niet al te goed. Nieuwsgierigheid ging bij het luisteren naar de nieuwe plaat echter al gauw over in enthousiasme en die ging binnen de kortste keren hand in hand met grote bewondering. Dat het een bluegrass-album betrof was al een aangename verrassing, maar het feit dat er een waar ensemble aan virtuozen bij elkaar vergaard was, deed dit eerbetoon aan Sis Draper naar nog grotere hoogten stijgen. Camp is een waardige liedschrijver en zijn samenwerking met Guy Clark heeft op dat gebied een hoop moois opgeleverd. Hij weet met dit album echter aan te tonen dat hij zijn liederen ook maar wat goed ten gehore kan brengen.
Favoriete nummer(s): 'Magnolia Wind', 'The Checkered Shirt Band' & 'The Death of Sis Draper (Part 2)'
Op de rockarrangementen, die de leden van de 400 Unit op veel platen van Jason Isbell met zich meebrengen, valt kwalitatief weinig aan te merken, maar persoonlijk heb ik altijd liever naar wat rustigere muziek geluisterd. Het mag dus voor zich spreken dat mijn interesse gewekt was bij de aankondiging van deze soloplaat. Isbell had bij de totstandkoming ervan overduidelijk niet te kampen met een gebrek aan inspiratie, want hij heeft weer probleemloos een mooi aantal pareltjes aaneen weten te rijgen. Dat een goede artiest aan een stem en een gitaar genoeg kan hebben om een boodschap overtuigend over te brengen, weet hij in elk geval glansrijk te bewijzen.
Als hedendaagse koningin van de 'western swing' en alles dat daarbij in de buurt komt, heeft Brennen Leigh bij mijn weten nog nooit de plank misgeslagen. Dit jaar kwam ze in elk geval maar weer eens met een voltreffer, want net als de vorige keren wist ze haar creatieve impulsen om te zetten in een glansrijke reeks prachtwerkjes. Alsof het haar geen moeite kost, volgen de rake beschrijvingen en pakkende deuntjes elkaar op en ik ben geneigd te zeggen dat ze doet terug verlangen naar tijden waarin haar stijl wat gangbaarder was. Maar goed, misschien wel mooi dat haar stijl zo opvalt tussen die van andere artiesten uit deze tijd, want het maakt dat ze zich op nauwelijks te overtreffen wijze van hen weet te onderscheiden.
Means ging verder waar Molly Tuttle gebleven was. Ze heeft inmiddels meer dan genoeg connecties om een goede bluegrassband de studio in te krijgen en was er vooral dusdanig van overtuigd dat ze haar ei goed kwijt kon binnen dat genre dat ze er ook daadwerkelijk voor koos om dat te doen. De meeste nummers schreef ze zelf en op gebied van 'componeren', musiceren en produceren kreeg ze hulp van diverse collega's die eveneens hun sporen verdiend hebben binnen de Americana-wereld, waaronder bijvoorbeeld haar man Joel Simmons. Nu maar hopen dat het niet een eenmalig soloproject was, want hoewel ze de lat met haar debuutalbum haast onbenaderbaar hoog gelegd heeft, zou het jammer zijn als hier nooit op een of andere wijze een gevolg aan gegeven wordt.
Het had raar moeten lopen voor dit album om, als het op mijn eindejaarslijst aankomt, buiten de boot te vallen. Ik probeer me te behoeden voor 'onvoorwaardelijk fan-zijn', maar heb voor enkele artiesten een zwak en Colter Wall is er daar een van. 'Memories and Empties' is voor zijn doen weer net even in een iets andere stijl dan zijn voorgaande werk en er zijn genoeg artiesten die zich al experimenterend buiten mijn smaakprofiel hebben weten te werken, maar Wall doet in dit geval een stap in de goede richting (of in elk geval niet in de verkeerde). Oude tijden blijven herleven als je een plaat van hem opzet en dat dat wat mij betreft een positief gegeven is moge duidelijk zijn.
Er gaat iets niet helemaal zoals het moet, als het aankomt op nieuwe albums in de categorie 'old time string bands'. Of er worden er te weinig van gemaakt, óf ze zijn te moeilijk om te vinden. Hoe dan ook, dit pareltje is dit jaar eerder toevalliger- dan logischerwijs op mijn pad gekomen. Gelukkig maar, want het is een rijtje beland met muziek waarnaar ik dit jaar met het meeste plezier heb geluisterd. De voornaamste zangstemmen die op het album te horen zijn wisselen elkaar mooi af en weten altijd te overtuigen. Daarnaast zijn ze als muzikanten geweldig op elkaar ingespeeld en spat het speelplezier er bij elk nummer dat voorbijkomt vanaf.
Mo Pitney volgde ik al langere tijd stiekempjes met een schuin oog in de hoop dat hij met muziek zou komen die naadloos op mijn muzieksmaak wist aan te sluiten, want dat hij die potentie had werd herhaaldelijk bevestigd door kampvuur- of huiskamersessies die op YouTube de revue passeerden. John Meyer liet daarin ook regelmatig van zich horen en dat de twee de krachten hebben gebundeld voor een gezamenlijke studiosessie was een van de leukste verrassingen van het jaar. Het feit dat het grotendeels klinkt als vrij traditionele bluegrass deed nog het meest deugd en de cover van Seminole Wind kan ik (net als het origineel) niet vaak genoeg horen, al was het maar om steeds weer te genieten van die vioolsolo tegen het einde.
De afgelopen jaren kwam herhaaldelijk de gedacht in me op dat een fatsoenlijk country-album van de Nederlandse Waylon een interessant muziekprojectje zou kunnen zijn. Dat het grotendeels uit eigen werk zou bestaan, was in mijn beleving dan nog niet eens zo zeer prioriteit, maar dat het dat wel doet was een aangename verrassing. Niet alleen omdat het zo is, maar ook omdat het kwalitatief weinig onder doet voor een hoop klassiekers die hij bijvoorbeeld had kunnen coveren. Zijn pen deed het naar behoren en de tekstschrijvers, waarmee hij zich omringd heeft, hebben vermoedelijk ook geen onverdienstelijke bijdrage geleverd aan wat binnen het genre toch zeker als een van de beste albums van Nederlandse makelij mag worden beschouwd.
Wat geen verrassing mag heten is dat de zanger uit eigen werk heeft geput bij de opnames van dit album, maar wat wel een aangename vaststelling is, is dat de liederen die hij schrijft kwalitatief zo hoogstaand zijn. Het is een bewijs dat de wereld raar in elkaar steekt als iemand als Worthington een tv-programma als 'The Voice' nodig heeft om bekend te raken, want je zou als uitgever van muziek je handen toch ineen slaan als je een paar demootjes krijgt opgestuurd die van de man afkomstig zijn. Er mag best nog wat publiciteit bij in elk geval, als je het mij vraagt, want hier mag gerust een immens aantal oren aan worden blootgesteld.
Ze doen het bij mij op de een of andere manier altijd goed als het over drugs gaat. Of het onder invloed van drugs ook mooi klinkt, weet ik dan weer niet overigens, maar dat kan haast niet missen lijkt me. Na het vertrek van bassist en medezanger(es) Lucia Turino nam MorganEve Swain het stokje orenschijnlijk moeiteloos van haar over. Meer dan bij vorige albums, kreeg ik zelfs het idee dat het gevoel van weleer weer echt werd opgeroepen en daarmee is de nieuwe plaat een heel mooie aanvulling op hetgeen dat de band tijdens het eerste decennium van deze eeuw met de wereld deelde.
Meestal moeten de eerste nummers van een album voor mij direct goed voelen om er goed en lekker in te kunnen komen. In dit geval, echter, slaagt (op wat instrumentale stukjes na) het derde nummer er pas echt goed in me het album in te trekken. Daarna volgt vervolgens wel meteen de ene na de andere voltreffer. De eigengereidheid waarmee ze vorig jaar een album uitbracht viel erg bij me in de smaak en ze laat zich met deze nieuwe reeks liederen wederom niet zomaar in een keurslijf dwingen. Ze weet waar ze mee bezig is en het genot van het muziek maken is gedurende elk nummer voelbaar aanwezig.
Een puike plaat van een charmante band. Aan de nieuwe bandnaam ben ik inmiddels gewend en dit album klinkt weer als vanouds (voor zover we dat kunnen zeggen, bij een artiest waarmee ik niet eerder dan 2018 bekend raakte). De Texaanse herkomst werd al niet onder stoelen of banken geschoven, maar komt met de nieuwe plaat nog even wat meer in de aandacht. Vooral de rustigere nummers kan ik erg waarderen, omdat de stem van Mike Harmeier daarin zo mooi uit de verf komt, maar ook als de overige bandleden wat explicieter hun muzikale kunsten vertonen valt van elke minuut te genieten.
Voor mijn part hadden ze deze postuum uitgebrachte verzameling over twee of drie albums verdeeld, want het is wel wat lang om in één keer in je op te nemen, maar goed, als twee- of drieluik was het hoogstwaarschijnlijk evengoed in mijn favorietenlijstje beland. Elk nummer is het aanhoren waard en er is geen ondermaats exemplaar te bespeuren. Iemand een 'koning' noemen is gauw wat overdreven en is in dit geval misschien ook niet per se logisch, maar dat hij op zijn eigen markante wijze een interessante persoonlijkheid was binnen de alternatieve country is een understatement. Jammer dat hij niet echt 'back' is...
Het is zowaar alweer tien jaar geleden dat ik de muziek van Weldon Henson leerde kennen en 'Hey, Bottle of Whiskey' wordt door het Spotify-algoritme nog regelmatig als een van de prominentere nummers van mijn favorietenlijst ten gehore gebracht. Dit jaar toont hij aan dat hij het maken van rechttoe rechtaan traditionele countrymuziek nog niet verleerd is. Het nummer 'Lost in Time', bijvoorbeeld, kan ik niet anders noemen dan 'grandioos'. Instrumentatie en tekst klinken als een geweldig mooi samenhangend geheel, net als gedurende de rest van het album, dat gemaakt is voor én door liefhebbers van 'gouwe ouwe' country.
Ik was nog niet bekend met het werk van Olivia Ellen Lloyd, maar dit album maakte indruk en was zogezegd verfrissend conventioneel. Ze neemt geen onnodig ingewikkelde artistieke wendingen maar weet wel erg goed te voorkomen dat haar album ergens begint te vervelen, met name aan de hand van zeer geslaagde tempowisselingen en pakkende refreinen. Je neemt elk woord dat ze zingt serieus en alles komt gemeend en dus overtuigend over. Elk nummer is weldoordacht vormgegeven en staat als een huis. Zelfs haar naam is mooi, en hopelijk komen we die de komende jaren nog eens vaker tegen.
Wat moet je nu verwachten van muziek die nooit is uitgegeven door een artiest die toch met enige regelmaat geneigd was een album de wereld in te slingeren... Niet per se weinig, kwam ik achter, want omdat bij Waylon Jennings de lat altijd bijzonder hoog lag, is materiaal dat onder die figuurlijke lat bleef niet per definitie van een teleurstellend laag niveau. Sterker nog, er zijn tijdens zijn carrière stiekem al wel wat albums uitgekomen waarvan minder te genieten viel. Zoals zijn zoon, Shooter, vandaag de dag alleraangenaamst andermans muziek weet 'fine te tunen' en te produceren, heeft hij ook een voorbeeldige (eerste) selectie weten te maken van het materiaal dat hij onder het stof heeft weten te vinden en dat heeft hij bovendien zeer verdienstelijk opgepoetst.
Favoriete nummer(s): 'The Cowboy (Small Texas Town)', 'I Hate to Go Searchin' Them Bars Again' & 'I Don't Have Anymore Love Songs'
Een doorbraakalbum waar je 'u' tegen zegt. Alleen al de albumcover is ondanks zijn eenvoud intrigerend, dankzij de indringende blik die ze indirect aan haar muzikale kunststukjes heeft weten mee te geven. Pomeroy heeft wat te vertellen en dat blijft toch altijd een belangrijk aspect voor muziek die het bij mij goed doet. Elegante melodielijnen zijn daarbij mooi meegenomen overigens en ook daarvoor kun je bij haar muziek je hart ophalen. Ze heeft een aangename rustige stijl, die enerzijds kwetsbaarheid in de kaart lijkt te spelen, maar anderzijds juist eerlijkheid blootlegt en daarmee bijdraagt aan de overtuigingskracht.
Een samenwerkingsverband dat nog geen enkele maal heeft teleurgesteld. Tim Knol pakt qua naam een hoofdrol en zijn herkenbare stem is een belangrijk onderdeel van het totaalgeluid dat op de plaat hoorbaar is, maar er kan daarnaast nooit met genoeg lof gesproken worden over de Blue Grass Boogiemen, die op gebied van instrumentatie nagenoeg de perfectie bereiken en op menig bluegrass-festival in de Verenigde Staten vermoedelijk zelfs de show zouden stelen. Zowel op eigen houtje als tezamen met Knol, staan ze in elk geval garant voor kwalitatief zeer genietbare muzikale huzarenstukjes.
Favoriete nummer(s): 'Not So Precious Memories', 'Lost Lovesick Lonesome Blue' & 'There Ain't Nobody Gonna Miss Me When I'm Gone'
Jezelf van de rest onderscheiden klinkt makkelijker dan het is, maar Willow Avalon doet dat met verve. Daar heeft ze niet alleen een uitermate geschikte stem voor gekregen, maar dat gegeven mag evengoed op het conto worden geschreven van haar eigenzinnige kijk op de wereld. Unieke invalshoeken en een geheel eigen stijl hebben van haar album een memorabel geheel weten te maken dat met weinig anders valt te vergelijken. Het is daarom lastig om het een logische, vanzelfsprekende plaats te geven tussen veel ander moois dat dit jaar is uitgekomen, maar het staat voor mij buiten kijf dat het een van de beste albums is dat het (bijna) afgelopen kalenderjaar is uitgekomen.
Een kennismaking voor mij als luisteraar en op zijn zachtst gezegd een aangename. In veel gevallen zou ik twintig nummers op één album wat te veel vinden, maar gezien de gemiddelde speelduur hier onder de drie minuten ligt is dat totaal niet problematisch. Sterker nog, het verveelt geen minuut, want elk nummer is het luisteren meer dan waard. Af en toe geeft DeLisle een ietwat zachtmoedige indruk en dat leidt doorgaans misschien niet per se tot noemenswaardig veel spraakmakendheid, maar de vraag is of dat de bedoeling moet zijn, want iets hoeft natuurlijk ook niet in extreme mate te schuren om tot de verbeelding te spreken.
Dit is inmiddels alweer de derde maal dat Kassi Valazza een album uitbrengt en ze stelde tot nog toe nooit teleur. Een paar jaar geleden stelde ik al dat het een van de weinige artiesten uit de Americana-hoek is waarbij ik het bovenmatig aanwezige elektrische (gitaar)geluid weet te waarderen en nog altijd blijft dat unieke gegeven van toepassing. Het dromerige zanggeluid geeft er iets magisch aan mee dat moeilijk valt uit te leggen. De boodschap die ze wil overbrengen, krijgt bovendien vaak een poëtisch sausje dat elk nummer net even wat interessanter maakt om op je in te laten werken, waarmee haar albums over het algemeen een stuk sneller voorbij vliegen dan je in de gaten hebt.
Sunny Sweeney is een artiest die niet al te veel gekke veranderingen doormaakt. Als je een album van haar op zet, weet je wat je krijgt: onvervalste, sympathieke, rechttoe rechtaan Texaanse country. Haar albums vormen een soort constanten in het leven waarvan het fijn is om te weten dat je er op terug kunt vallen. Het gevaar ligt echter op de loer dat je gaat denken dat het 'gewoon' wordt, maar het is goed om er af en toe bij stil te staan dat het allemaal niet zo een-twee-drie gezegd is dat een artiest zoiets bewerkstelligd. Haar scherpe pen en kenmerkende stem zijn samen negen van de tien keer een garantie op succes.
Favoriete nummer(s): 'Diamonds and Divorce Decrees', 'As Long as There's a Honky Tonk' & 'Half Lit in 3/4 Time'
Vorig jaar duurde het nog even voor het kwartje bij me viel, maar dit jaar ben ik een stuk aandachtiger gaan zitten voor het nieuwe album van Zach Top. Het jaren '90-gevoel dat zijn muziek bij velen oproept is begrijpelijk en hij heeft er niet alleen zijn handelsmerk van gemaakt maar weet er eigenlijk ook best wel goed een eigen draai aan te geven. Om te zeggen dat je naar een kopie van Alan Jackson zit te luisteren (zoals hier en daar volgens mij nog wel eens neigt te gebeuren), vind ik persoonlijk veel te makkelijk, want als je twee achtereenvolgende jaren een mooie verzameling nieuw (eigen) werk weet uit te brengen, ben je eerder een op zichzelf staand fenomeen in wording.






Reacties
Een reactie posten